º Een paar columns over de start van het project “Gekke Henkies” – over afval opruimen in mijn wijk (2013)

P10409781. Vuilopruimerij

We hadden er al vaak over gesproken, mijn buurman Frits en ik. Over de troep in onze straten en over de verloederde indruk die het maakte. Ergens, een paar maanden voor we stopten met onze betaalde arbeid, maakten we de afspraak dat we eenmaal gestopt, iets wilden doen aan het afval in onze buurt. Toen Frits half januari vorig jaar belde en vroeg of ik het nog wilde, zei ik stoer: “natuurlijk”, maar ik bemerkte ook enige schrik bij mezelf en een lichte weerstand. Wilde ik dit wel?

We belden met de Cambio (1e) en vroegen of we langs mochten komen voor de onmisbare attributen van een straatvuilruimer: de prikstok en een metalen ring voor de plasticzak. Geen enkel probleem, er kon zelfs een eigen Cambio-afvalcontainer worden bezorgd die wekelijks geleegd zou worden. Nog diezelfde week werd alles om de deur geschoven. Opeens was ik een prachtige rode container rijker en had ik voor het eerst van mijn leven een prikstop in de hand.
Frits en ik spraken een tijdstip af. We worstelden een plastic vuilniszak in de ring. Dat paste n.l. maar net en vervolgens stapten we de straat op.
Het was vreemd, die eerste stappen, gewapend met zo’n ring en stok je eigen straat in te lopen. Ik had het gevoel dat iedereen achter de ramen stond te kijken. Het eerste lege pakje sigaretten dat ik opraapte met de stok liet zich pas na 4 vergeefse pogingen “vangen”. Het woord prikstok moet trouwens onmiddellijk worden vervangen. Het is eigenlijk een soort knijper, waarmee je het vuil min of meer opknijpt. Dat gaat goed met grote voorwerpen, merkte ik al snel, maar kleine papiertjes b.v., of koffieroerstaafjes laten zich veel moeilijker of helemaal niet oprapen. Van die eerste ronde herinner ik me vooral mijn eigen ongemak. Zouden mensen denken dat we een taakstraf hadden?

We deden elk een kant van de straat en waren voortdurend met elkaar in gesprek over wat we vonden. De zak werd snel zwaar en tot mijn verbazing hadden we in een half uur beiden een volle zak straatvuil geruimd. De rode container werd voor het eerst gevuld en tijdens een bak koffie kwamen we tot de conclusie dat we een heel voldaan gevoel hadden.
De kop was er af. We maakten een afspraak voor de volgende week, waarbij ik me realiseerde dat ik er over moest nadenken hoe ik dat uurtje vuilruimen in mijn agenda zou opschrijven, VOR? VOR, Vuilopruimerij, we waren begonnen.

1e) Cambio buurtbeheer is in 1994 in Deventer ontstaan uit een bewonersinitiatief.

2. Wat ruimen we op

Als je normaal door je straat fietst of loopt zie je weliswaar overal afval liggen, maar zelden ben je je echt bewust van wat je eigenlijk ziet. Afval, is een verzamelnaam. We vinden het smerig en kijken er liever niet naar. Als je gaat ruimen zoals wij, krijg je opeens een idee wat er echt ligt. Iedereen heeft het over blikjes en terecht, die liggen er veel. Dat ze vaak nog half gevuld zijn ontdek ik nu ik het vuil in mijn buurt verzamel. Het zijn vaak energiedrankblikjes, wat je onmiddellijk doet aannemen dat het vooral jongeren zijn die de zooi van zich afwerpen.
Sigarettenpakjes zijn een goede tweede en dan heb ik het niet alleen over de lege pakjes zelf, maar ook de cellofaantjes die er om heen zitten. Ze worden gemakkelijk weggegooid en zijn niet zo hinderlijk zichtbaar als witte papieren zakdoekjes. Als de straat nat is vormen die witte klonten tussen de stenen en dan zijn ze lastig te verwijderen. Dat geldt ook voor zilverpapier. Dat wordt platgereden en is bijna niet op te knijpen.

We vinden tot onze verbazing ook veel hondenpoepzakjes. Daar hebben we in onze gesprekken aan beide zijden van de straat dan een hele filosofie over. Frits heeft de theorie dat mensen zich waarschijnlijk toch onderhand wat generen als ze de drollen van hun viervoeter laten liggen. Ze lopen dus keurig met zo’n plastic zakje aan de riem en rapen de poep op. Tot zover gaat alles goed. Maar dan moet je met zo’n lullig zakje in de hand de straat doorlopen. Dat is voor een paar hondenbezitters in onze buurt kennelijk een brug te ver. We vinden elke week talloze zakjes onder de weinige struiken in de straat. Soms zijn ze blijven haken aan de doornige planten en vormen ze een lijnrechte aanklacht tegen het baasje. We peuteren ze er zuchtend uit en verbazen ons over onze buurtgenoten.

Snoepgedrag laat zich lezen in het zwerfvuil. Opeens vind je overal een bepaalt soort snoeppapiertje. Lastige dingen want ze zijn klein en moeilijk te pakken. Bij deze kleine stukjes afval maak je onbewust telkens even de afweging of het de moeite van het oprapen waard is. Je ziet soms een hele concentratie van die rottige papiertjes. Hier heeft duidelijk een groepje jongeren gehangen. De blikjes in de heggen rondom bevestigen deze conclusie.
Ook een actie van de supermarkt is terug te vinden op straat. Ten tijden van de EK voetbal vonden we veel verpakkingen van die smoppies, droppies of hoe al die weggeef- spaardingetjes ook mogen heten.
Verder zijn er altijd wel krasloten of parkeerbonnetjes te vinden. Het is waar we ons in deze wijk mee bezig houden.

3. Het oude stel

We zijn nu een tijdje bezig. Een uurtje per week afvalruimen in onze buurt is goed te doen. We hebben er plezier in en we merken een soort voldoening als we na afloop met volle zakken terug lopen naar de rode container. Het ligt er weer pico bello bij.

Ik ben inmiddels wel een paar grenzen over gegaan. Je ruimt n.l. ook hele vieze ondefinieerbare dingen op. Soms zijn ze wel herkenbaar en wil je ze eigenlijk niet eens aanraken, zelfs niet met een stok van een meter. Mijn eerste condoom, of tampon, ik herinner het me nog goed en overal in donkere hoeken vage zakdoekjes. Ik maak kennis met het fenomeen wietzakjes. Kleine, lastig op te ruimen plastic.
Frits is zeer gemotiveerd om ook echt oud zwerfvuil te ruimen. “We doen ook aan achterstallig onderhoud”, zegt hij en ik beklim met lichte tegenzin met hem de spoorwal bij het viaduct waarin inderdaad tientallen oude roestige blikjes en kapotte flessen te vinden zijn.

Frits heeft een hond en als hij die uitlaat inspecteert hij meteen de straten. Als we beginnen aan onze wekelijkse ronde heeft hij altijd wel ergens een straat ontdekt waar veel ligt. Zo ontstaan er ware strooptochten. Ikzelf ben vooral uit op het schoonmaken van m’n eigen buurtje, maar natuurlijk doe ik mee als we ook in een wat wijdere cirkel gaan prikken. Hij heeft natuurlijk gelijk, afval is afval en we willen niet alleen ons eigen straatje schoon houden.

Mensen bekijken ons soms wat schichtig. Je ziet ze denken: “Wat is er met hem of haar aan de hand?” Soms stapt er iemand van de fiets met de vraag of we het vrijwillig doen. Ja dat doen we, er is geen sprake van een taakstraf. Dan is er altijd een bewonderende reactie en een opmerking dat we toch in een verloederde maatschappij leven waar iedereen zomaar alles van zich af gooit. Of men begint een betoog dat de gemeente hier toch voor verantwoordelijk is. Ik ga graag in gesprek met mensen. Frits laat het aan mij over en knijpt er letterlijk met zijn knijpstok tussen uit. Hij hoeft al die verhalen niet zo, hoewel hij net als ik wel gelooft dat ons ruimwerk een positieve invloed heeft in de wijk,
Van een buurvrouw hoorde ik dat ze in een buurtvergadering had horen spreken over ons. We waren opgemerkt en men noemde ons “dat oude stel”.
Dat we opeens een stel zijn geworden vinden we wel grappig, maar oud……

4. Onze straatvuil leveranciers

Als je zo een tijdje straatvuil ruimt, begin je patronen te herkennen. Je leert je klanten als het ware kennen.
In de stekelbosjes liggen steevast blikjes, soms maar half opgedronken. Ook in heggen worden blikjes uit het oog weg gepropt. Wij hebben de filosofie dat de weggooier zich toch lichtelijk geneert en ze daarom min of meer verstopt. Dat geldt natuurlijk ook voor de hondenpoep-zakjesweggooier. Ook hij/zij heeft een voorkeur voor diezelfde stekelbosjes. Daaronder liggen ze uit het zicht, tenzij er zoals helaas nogal eens gebeurt, één halverwege blijft steken. Dan is het voor de gooier w’s. snel wegwezen. Voor ons is het een heel gepeuter het stinkende zakje uit de stekels te bevrijden.

Er zijn vaste plekken, waar mensen die reclamedrukwerk rondbrengen hun met plastic strips vastgebonden pakken los knippen. Die strips zijn echt vervelend. Je kunt ze moeilijk oppakken en omdat ze stug zijn passen ze slecht in je zak. Bij elke stap wipt zo’n strip er weer gemakkelijk uit. Ik ben al na de tweede ronde begonnen werkhandschoenen te dragen. Ik raap die strips dan ook maar meteen met de hand op en stop ze diep weg in de zak. Je leert je afval kennen.

Ik heb een hekel aan flessen. Ook die vinden we op vaste plekken in onze wijk. Ze zijn zwaar in je zak en ik gooi ze zo gauw ik er een tegen kom in een afval bak. Afvalbakken zijn er helaas bijna niet. Of dat invloed heeft op het zwerfvuil weten we niet, maar we denken dat sommige mensen toch misschien wel bereid zijn iets in een bak te gooien als die er is.
En dan zijn er ook echte vuile plekken, b.v. bij een garagebedrijf dat niet meer in bedrijf is of achter een elektriciteitshuisje. Het onkruid tiert er welig en dat is kennelijk een uitnodiging er je zaken weg te gooien. We vinden er regelmatig vuilniszakken. Dat melden we altijd aan het meldpunt van de gemeente. De eerste keren deden we deze plekken globaal aan. Het was gewoon te veel. Nu we “op orde” zijn, d.w.z. dat onze wijk er redelijk bij ligt, pakken we dit achterstallig onderhoud grondiger aan. Ik vind het lastig me hier met volle overtuiging op te storten, maar Frits wordt er volgens mij echt blij van. Hij heeft wel gelijk, iedere keer wordt het schoner en ziet het er beter uit.

Op dinsdag is er markt op het plein. De mensen van de Cambio doen hun best de achtergebleven rommel zoveel mogelijk op te ruimen, maar onze straten krijgen toch altijd heel wat mee als de wind “verkeerd” staat. Als het oud papier opgehaald wordt op woensdagmorgen blijft er helaas ook nogal wat rondzwerven. We ruimen dan ook meestal op woensdag, dan heb je echt eer van je werk.

5. Het Lidl-karretje

Als Frits op het afgesproken tijdstip arriveert en we met onze lege vuilniszakken de straat opstappen zie ik hem meteen weer staan. Een winkelwagentje van de Lidl en het zwerft al een week door onze straat. De buurman voor wiens huis het nu staat komt net naar buiten. Hij roept: “hij is niet van mij hoor, ik heb er vorige week al over gebeld, maar ze doen er niks op uit”. Ik zie Frits peinzend kijken en roep nog voor hij iets kan zeggen dat dit zeker niet tot onze taken behoort. De Lidl is kilometers ver van hier en ik zie mezelf echt niet zo’n karretje terug brengen. We discussiëren er over en besluiten eerst ons rondje te lopen. Ik hoop stiekem dat hij het vergeet, maar helaas, als we onze volle zakken in de rode container hebben gestort, de gebruikelijke kop koffie hebben gedronken en ik hem uitlaat zegt hij: “Ik haal m’n fiets even en breng dat karretje wel weg”. Ik kan hem niet overtuigen van de dwaasheid van dit idee en besluit zuchtend dan maar mee te fietsen.

Zo rijden we even later samen de straat uit, het karretje rammelend en slingerend tussen ons in. Het gevoel van de eerste keer, dat de hele buurt mee kijkt, is weer helemaal terug. Bij de tunnel onder het spoor moeten we achter elkaar fietsen. Dat lukt niet, want de kar trekt scheef. Ik parkeer de fiets en breng de kar te voet over het voetpad naar de andere kant. Het is echt te gek voor woorden, ik lijk wel niet goed wijs.
Aan de andere kant wacht Frits met een brede grijns en ik merk dat de slappe lach naar boven komt. Giechelend fietsen we verder, nemen hindernissen als straatdrempels met halsbrekende toeren, trotseren de stoplichten bij de rondweg en belanden eindelijk bij de Lidl. Onderweg heb ik bedongen dat we voor de euro uit het karretje op z’n minst een ijsje gaan kopen. Helaas, de euro is er uit gesloopt merk ik als ik de kar tegen z’n collega-karren in de rij aanschuif. Zelfs geen ijsje als beloning.

Als we terug fietsen zeg ik Frits dat we echt een grens over zijn gegaan in ons verantwoordelijkheidsgevoel voor de buurt. Hij is het niet met me eens. “Wie moet het anders doen?” Ik mopper nog wat na, maar moet hem eigenlijk ook gelijk geven. Inderdaad, wie doet het anders.
Een week later ligt er een stapel plastic vuilniszakken bij de Fortuinhof. Ik bel de gemeente en die haalt ze op. Geen idee of ze dat ook met Lidl karretjes doen.

6. Straatvuilcollega’s

Natuurlijk is het niet uniek wat we doen. Voor wij er mee begonnen waren er al tientallen mensen actief met het straatvuil ruimen. Soms gewoon voor zich zelf met een plastic zakje zo af en toe de straat even op. Ik ken een dame die dat al jaren doet. Zonder omhaal van woorden maakt ze haar eigen leefomgeving een beetje leefbaarder. Anderen hangen simpel een plastic zak aan hun hek. Ik kom regelmatig langs een huis met zo’n zak. Telkens een andere, dus hij wordt gebruikt. Ik heb veel bewondering voor het stug doorgaan met zo’n stille actie.
Tijdens onze wekelijkse tochten komen we af en toe Cambio-collega’s tegen. Soms maken we een praatje. ik vraag me af hoe ze ons zien; concurrenten? gelegenheidsopruimers? Amateurs?
In mijn eigen straat zien we ze nooit. Ze doen waarschijnlijk vooral de doorgaande wegen, voor het oog zal ik maar zeggen. Het feit dat we inmiddels zoveel echt oud achterstallig vuil hebben geruimd zegt veel over het schoonmaakbeleid van onze gemeente. Maar misschien kan het niet anders, alles heeft z’n prijs, zeker in tijden van bezuinigingen.

We hebben twee grote supermarkten in onze wijk. Een supermarkt creëert rommel, dat is gewoon een feit. Mensen nemen een kassabon aan, kijken die buiten nog even na en smijten hem vervolgens weg. Soms pakken ze de boodschappen in een doosje. Laden de fietstas vol, en laten het doosje vallen tussen de fietsenrekken. De supermarktmanager heeft vast een afspraak met de gemeente over het schoonhouden van zijn omgeving. Dat wil nog wel eens niet lukken helaas. Op de een of andere manier voelen Frits en ik ons niet geroepen de troep van deze winkels op te ruimen. Misplaatst? Misschien, maar we ruimen zelden in de naaste omgeving van de winkels moet ik bekennen.

Een paar weken geleden liepen we aan de overkant voorbij. Er lag iets onduidelijks. Ik liep er toch maar even heen en zag dat het een dode duif was. De duif werd gepasseerd door tientallen mensen die naar en van de winkel liepen, niemand keek of deed iets. Het dier was bijna ongeschonden, misschien een klap van een passerende auto. Ik vermande me en klemde de vogel aan mijn stok. Het ging wonderlijk gemakkelijk, maar het dier was wel onverwacht zwaar. Hij verdween in mijn zak uit het oog tussen het afval. In mijn rode container vond hij een voorlopig laatste rustplaats. Later hoorde ik van verschillende mensen dat ze hem hadden zien liggen. Nee, ik ruim niet de rootzooi van de supermarkt op, maar je moet wel blijven kijken…

7. De Fortuinhof

De Fortuinhof is het enige woonblok in onze buurt. Er zijn twee verdiepingen en de bewoners zijn passanten. Veel studenten, allochtonen en veel nogal vage figuren. Er is een binnenplaats en die ligt vol afval. Er staan ook veel auto’s waaronder een paar hele dure volgens Frits.
In de eerste weken van onze vuilopruimerij sloegen we de Fortuinhof over. Het is een plek waar ik zolang ik in deze buurt woon, nog nooit ben geweest.
Op een morgen besluiten we de afslag naar de binnenplaats te nemen. We schrikken van de troep. Er is een bank waar kennelijk goed gebruik van gemaakt wordt. Er liggen niet alleen veel blikjes, maar ook chips- en wietzakjes. Onze vuilniszakken zijn binnen de kortste keren vol. Iemand buigt zich over de balustrade en vraagt of we dit vrijwillig doen. Als ik bevestigend antwoord steekt hij zijn duim op. Frits vraagt of hij het de volgende keer wil doen, maar de man lacht een beetje en verdwijnt snel naar binnen.

Sindsdien stel ik als we de ingang van het hofje passeren altijd even de vraag: “Doen we de Fortuinhof ook?”. Meestal nemen we hem mee en het ziet er tegenwoordig inderdaad schoner uit; het helpt dus echt. Niet omdat de bewoners minder van zich afgooien waarschijnlijk, maar omdat we het achterstallige vuil hebben opgeruimd. Wat er nu ligt is gewoon de oogst van een week “leven” in de Fortuinhof. Eén keer treffen we iemand van de woningbouwvereniging. Hij knikt ons goedkeurend toe, maar roept ook zuchtend dat het dweilen met de kraan open is. We zien het als een uitdaging ook deze plek schoner te maken, hoewel het moeilijk is standvastig te blijven. Onlangs werden we bijna omver gereden door een luxe Mercedes met daarin een jongmens met haast.

Dat is wel een punt van aandacht trouwens. Je moet goed uitkijken bij het straatruimen. Auto’s hoor je wel aankomen, maar ik zit regelmatig bijna onder een fiets als ik onverwacht oversteek om iets op te rapen aan de andere kant. Meestal houdt de fietser in en krijg je een goedkeurend knikje, soms gaat het maar net goed. Die knikjes zijn aardig. We krijgen veel positieve reacties uit de buurt. We krijgen vaak te horen dat de straat schoner is geworden. Fijn die complimenten, maar ook zonder die aanmoedigingen zouden we doorgaan. We ruimen nu een half jaar en we hebben er echt lol in. We besluiten dat we na de vakantie doorgaan.