Visdiefjes en een steile wand

Het regent, en daar word ik niet echt blij van. 11.00 uur bij de voormalige vuilstort op het industrieterrein hebben we gisteren met een paar vogelaars afgesproken. Een mooie afspraak voor een extra excursietje op een zondagmorgen in juni, maar dan zou het eigenlijk toch niet moeten regenen.
Voor een vogelaar is alle weer weer, dus ik krijg geen telefoontje over uit- of afstel. Om kwart voor 11 fiets ik in de regen richting vuilstort.

P1240704 - kopie


Precies tegelijkertijd zijn we er alle vier. Doel van deze morgenexcursie is de visdiefjeskolonie op het dak van een grote loods ergens op het industrieterrein. Op de voormalige stortplaats die inmiddels grondig is gesaneerd, is een grote ijzeren damwand geslagen. Er achter is een aarden wal gemaakt die inmiddels prachtig is begroeid met een wild boeket van bloemen, planten en beginnende boompjes. De wal ligt naast een oude slenk van de Schipbeek. Jarenlang was dit mooie gebiedje onzichtbaar door de grote afvalberg. Misschien heeft de wal te maken met verontreinigd grondwater, we weten het niet precies, maar het voordeel van die enorme wand is wel dat we omhoog kunnen klimmen en onze telescopen over de ijzeren wand kunnen hangen. Zo balancerend op de steile aarden wal kunnen we prachtig over het hele industrieterrein kijken en dus ook op het dak van de loods waar de visdieven broeden. Behalve deze visdiefjes zijn er ook veel kokmeeuwen neergestreken. Het dak lijkt voor deze vogels een ideale biotoop. Behalve de in de buurt wonende slechtvalk zullen ze weinig last hebben van vijanden.

Er zitten al verscheidene grote bruine jonge vogels op het dak, ineengedoken in de regen. Ze wachten op ouders die hopelijk iets eetbaars hebben gevonden. Het is lastig te zien of het om jonge kokmeeuwen of visdieven gaat tot een ouder zich meldt. Er van uitgaande dat een kokmeeuw zich niet geroepen voelt een jonge visdief te voeren, kunnen we dus stellen dat de meeste bruine kuikens van de kokmeeuwen zijn. Veel visdieven broeden nog volop, hun kopjes steken net over de rand.

De regen blijft gestaag vallen en de schouders beginnen klam aan te voelen. Dit is wel een van de merkwaardigste vogelexcursies die ik ooit heb meegemaakt. Daar hoog balancerend op die wal, waarschijnlijk hartstikke illegaal, want het terrein is voorzien van een deugdelijk hek, (dat gelukkig slechts aan een kant is afgesloten), moeten we een vreemde indruk maken op die natte zondagmorgen.

In de verte klinken autodeuren. Als ik me omdraai zie ik op het belendende industrieterrein een aantal mensen met een doos gebak een gebouw binnen gaan. Merkwaardig, zouden ze een zondagmorgenfeestje bouwen op het industrieterrein? Ik vergeet het weer want achter ons maakt een spotvogel z’n kenmerkende zaaggeluidje tussen een groot aantal imitaties door.
We besluiten de wal aan de andere kant af te dalen en nog een rondje te lopen door de oude slenk. De industrie is hier rondom de groene oase heen gebouwd. Hopelijk ontdekken weinig mensen ooit hoe mooi het hier is. We lopen vlak langs het gebouw waar ik een feestje dacht. “Dierencrematorium”, lees ik en de gebaksdoos verandert onmiddellijk in het doodsdoosje van een oude kat. Het past wel bij deze bijzondere excursie.

Als we elkaar om 12.00 uur gedag zeggen zijn we alle vier tot op de draad toe nat. Ik denk aan die jonge vogels daar op het dak. Maar hopen dat die jonge veren al wat warmte kunnen geven.