º Artikelen geschreven voor het blad Handhaving Politie dieren- en milieubescherming

 

Sinds een aantal jaren maak ik deel uit van de redactie van het blad “Dier en Milieu” van de vereniging Handhaving politie dieren- en Milieubescherming”. Leuk om af en toe het land in te trekken voor een interview of een excursie.

Je kunt doorklikken als je er een wilt lezen:

Geen kip te zien – grote controle op de vogeltmarkt in Liempde

Lees verder
Op de vroege zaterdagmorgen van 25 oktober jl. zijn we te gast bij de eenheid Oost-Brabant van de politie, district Meierij, Team Boxtel. Doel is de briefing voor een controle op de Vogelmarkt in het nabijgelegen Liempde. Wij mogen mee op controle als vertegenwoordigers van PDM.

Het is 6 uur en buiten is het nog donker als we de vogeltjesmarkt (1)felverlichte ruimte van het bureau binnenstappen. Er zitten meer dan 20 mannen en vrouwen om de tafel. Als we later aan elkaar worden voorgesteld blijkt het te gaan om 4 lokale politiemensen, 2 politiemotorrijders, 3 politievrijwilligers, 3 dierenpolitiemensen, 4 NVWA-ers (medewerkers van de voormalige AID; de NVWA is na de reorganisatie van de ministeries een dienst van het Ministerie van Economische Zaken geworden), 1 RMT-er, iemand van de Omgevingsdienst SSB (Samen Sterk Buitengebied) , 3 vertegenwoordigers Dier- en welzijn, een ander onderdeel van de NVWA, en een dierenarts.

Als iedereen een bekertje koffie of thee heeft getapt steekt brigadier Rolf Kruger van wal. Hij heeft vanmorgen de leiding en aan de hand van een PowerPoint licht hij geroutineerd toe wat de bedoeling is.
De controle wordt gehouden omdat er informatie is ontvangen dat er illegaal gevangen inheemse vogels verhandeld worden op of naast de Liempdse vogeltjesmarkt. Er worden drietallen gevormd, bestaande uit iemand van de NVWA, de dierenpolitie en de lokale politie. De overige NVWA-ers zullen vooral controleren op het aanbod en de verkoop van kippen. Dat is sinds de vogelgriep namelijk verboden op dit soort markten.
Men spreekt af dat bij constatering van een overtreding de ”aangeboden waar” meteen in beslag genomen wordt en de overtreder naar een van de twee politiebusjes gebracht wordt. Voor het vaststellen van de identiteit van de overtreder zal deze mee naar het bureau moeten. Het is bekend dat er op de parkeerterreinen rondom de hal ook handel plaatsvindt. Een motoragent krijgt opdracht zich vooral bij de ingang op te houden en in de gaten te houden of er handelaars rechtsomkeert maken als ze de politie zien staan. De andere motoragent kan zelfs zo nodig naar de snelweg rijden, om mensen die gewaarschuwd zijn alsnog te onderscheppen voor een controle. Het spreekt voor zich dat het juist de illegale handel is waar “we” naar op zoek zijn. Dus krijgen de mensen die buiten de hekken opereren de opdracht niet te schromen om kofferbakken van verdachte auto’s te checken. Een van de aanwezigen vraagt of dat zomaar mag. Ja, er blijkt wetgeving te bestaan die dit toestaat. De dierenpolitie geeft aan dat ze voorbeeldproces-verbalen heeft waar de anderen gebruik van kunnen maken. Al met al is het een levendige briefing, die maakt dat we er echt zin in krijgen.vogeltjesmarkt (3)

We rijden in kolonne richting Boxtel. Het geeft een koninklijk gevoel als je twee politiemotoren voor je uit ziet rijden. Als we het bedrijventerrein naderen, lopen we bijna vast in een lange rij auto’s met karretjes die het terrein oprijden. We zijn kennelijk aan de vroege kant, want de hal is nog lang niet gevuld. Op de lange tafels zijn nog veel lege plekken. Toch is er bijna meteen een inbeslagname. Een team komt naar buiten met een oudere heer (later blijkt dat hij in de 80 is) en 2 grote plastic tassen. Hij belandt zonder enige aarzeling van het team in de politiebus, waar hij nijdig voor zich uit staart. Deze actie gaat zo snel dat het bijna onopgemerkt blijft. Pas als de teams zich over de hal en het grasveld eromheen verspreiden ontstaat er wat onrust onder de aanwezigen. In de hal vullen handelaars gaandeweg de tafels met kistjes en dozen waarin kwetterende vogels proberen de moed er in te houden. De vogels worden ook per fiets of op kleine karretjes aangevoerd. Dit zijn waarschijnlijk plaatselijke vogelliefhebbers die hun zelf gekweekte vogels verkopen.

De organisatie van de vogeltjesmarkt, Vogelvereniging de Notenkrakers, is verrast, maar werkt goed mee. Ook zij hebben belang bij een “schone” markt. Hans is als oud-politieman wel wat gewend, maar het is lang geleden dat hij een dergelijke controle heeft meegemaakt. We verspreiden ons over het terrein om zoveel mogelijk mee te maken. Er is een kraam van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers. De vertegenwoordiger van de bond heeft zelf thuis ook vogels. Hij vertelt dat er verschillende redenen zijn om vogels te houden. Soms doet men het voor de kick, bijvoorbeeld om nieuwe kleurslagen te krijgen. Soms gaat het vooral om de zang en natuurlijk kan ook geld een motivatie zijn om vogels te kweken en te verhandelen. Er worden grote bedragen betaald voor bijzondere vogels. Hij verzekert ons dat de bond de vogeleigenaren er op blijft wijzen, geen vogels uit het wild te vangen en het dierenwelzijn in de gaten te houden. Toch zien we zo hier en daar nog wel een volgepropt kistje. We verbazen ons over de kruising tussen een kanarie en een putter. Dat moet toch ooit een echte wilde putter geweest zijn, zou je zeggen. Voor de ene kooi is meer belangstelling dan voor de andere. Er vinden levendige discussies plaats en hoewel de gemiddelde leeftijd van de aanwezigen aan de hoge kant is, zie je toch ook wel jongere vogelliefhebbers. De inspectieteams lopen verschillende kramen af en de mensen van de NVWA controleren steekproefsgewijs vogels en ringen.vogeltjesmarkt (2)

Buiten wordt het langzaam lichter. Hier zien we vooral duiven en konijnen en dus geen kippen, zoals we een aantal keren met enige spijt van een bezoeker horen. “Die strengere regelgeving maakt onze hobby steeds minder leuk”, is eveneens een veelgehoorde kreet. Een oude baas is in z’n eentje een grote kraam aan het opbouwen. De dozen bevatten vooral konijnen. Een brutale hangoor klimt steeds bovenop zijn doos. Met een veeg van de eigenaar wordt hij dan weer de doos ingeduwd. In een kooi ernaast rennen twee fretjes hun rondjes.

Inmiddels is het alle aanwezigen wel duidelijk dat er gecontroleerd wordt. We vangen zo hier en daar commentaren op, bijvoorbeeld dat het niet nodig is om met zo’n overmacht te komen of dat bepaalde mensen toen de politie het terrein opreed natuurlijk meteen gebeld zijn met het advies om niet te komen. Wijkagent Harold Keeren is tactisch bij de ingang gezet. Hij kent veel mensen en voert heel wat gesprekjes in onvervalst Brabants. Velen vinden deze controle wel een goede zaak, anderen vinden het nutteloos. Ergens horen we mensen enigszins verontrust zeggen dat de politie kentekens heeft genoteerd op de parkeerplaats.
Twee vrouwelijke bezoekers vragen ietwat plagerig aan Harold of zijn nieuwe uniform wel bevalt. Ze vinden het niet zo mooi, maar opvallend is het wel, zo constateren we als we over het terrein kijken. Overal zie je de gele strepen rondlopen.
Als we een paar fotootjes maken vraagt een man enigszins dreigend waar het voor is. We mompelen iets over sfeerplaatjes, wat natuurlijk ook waar is, en gaan maar niet met hem in discussie.

Ergens ontsnapt een knalgele kanarie. Hij landt in een boom en de eigenaar krijgt hem er niet uit, hoe hij ook aan de boom schudt. Hij loopt terug naar zijn kraam en op onze vraag of de kanarie de vrijheid overleeft wordt ons verzekerd, dat het beestje zich vanzelf ergens bij een volière meldt en dan in liefde door een andere vogelliefhebber wordt opgenomen. Misschien is een kanarie niet zoveel waard, er zijn vast veel duurdere vogels. We zien prachtige gekleurde parkieten, papegaaien en kleine zangvogels, waaronder opvallend veel roodmussen.

Al vrij snel vertrekken de eerste bezoekers weer met hun pas gekochte vogels in een kistje. De markt is rond half tien eigenlijk al weer voorbij. De man in de politiebus mag er uit. Hem is proces-verbaal aangezegd omdat hij 11 niet goed geringde vogels te koop aan bood. Hij blijkt een recidivist. Daarom is meteen bij hem thuis gekeken of daar ook inheemse beschermde vogels zaten. Dat blijkt niet het geval. Later horen we dat hij in de afgelopen jaren 18 keer is betrapt op de handel in wildzang en dat daarbij meer dan 4000 vogels in beslag genomen zijn. We vrezen dat hij het niet meer zal afleren, gezien zijn leeftijd. Er gaan verhalen over grote geldbedragen die omgaan in de illegale handel in beschermde vogels en dus zal het voorlopig wel lucratief blijven.
Als wij het terrein verlaten zien we dat de hangoor triomfantelijk definitief boven op de doos zit. De fretjes zijn verdwenen. We nemen aan dat ze niet ontsnapt zijn.vogeltjesmarkt (4)

Terug op het bureau volgt een korte evaluatie. Het blijkt dat deze controle al in maart is gepland, maar helaas was niet bekend dat er vandaag ook een tweedaagse markt in Oirschot is en een internationale markt in Assen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de opkomst in Liempde, want er waren niet veel echte handelaren. Gezien de vogeltrek die volop aan de gang is, had men meer uit het wild gevangen vogels verwacht. Een aantal mensen van de NVWA heeft speciaal op het aanbieden van pluimvee gecontroleerd. Op de markt is geen pluimvee aangetroffen. “Geen kip te zien”, meldt een van hen. Buiten op de parkeerplaatsen echter wel. Daar werd aan vijf kippeneigenaren een waarschuwing gegeven. Een volgende keer worden ze bekeurd. Al met al is men wel tevreden. Er is een duidelijk signaal afgegeven.

Op de tafel staan twee kwetterende plastic tassen. Als Rolf Kruger ze openvouwt zien we vier zwartkoppen onrustig heen en weer wippen in hun kooitje. In een andere kooi zitten sijzen en een vink. Het is bewijsmateriaal en voorlopig worden ze dus nog niet vrijgelaten. Over een paar weken komt de handelaar voor en tot die tijd worden ze op zijn kosten ergens ondergebracht.

Als we Boxtel verlaten is het nog steeds vroeg. Dat is dan weer een voordeel van zo’n vroege morgenactie. Het was een heel bijzondere ervaring.

Waterloopbos, een ruwe diamant in de polder

Lees verder
Norbert Kwint, boswachter van Natuurmonumenten opent de deuren van het bezoekerscentrum voor me. Het centrum is pas vanmiddag open. De ruimte is licht en de fotowanden spatten je tegemoet. Hij doet behalve het licht ook een spel met vogelgeluiden aan. Ik waan me al in het bos, maar dat moet nog even wachten. Eerst is er koffie en een begin van het verhaal over deze bijzondere plek in de oude Noordoostpolder.waterloopbos (7)

Dat verhaal begint in 1944. Toen werd het Voorsterbos aangelegd. De Duitsers hadden de inpoldering van de Noordoostpolder (na de drooglegging in 1942) gewoon doorgezet, omdat ze verwachtten veel voedsel nodig te hebben in de komende jaren. De grond waar later het Voorsterbos verrees was ongeschikt voor landbouw omdat er vanuit de een-na-laatste ijstijd een bijna ondoordringbare keileemlaag was achtergebleven. Water kon er niet gemakkelijk weg waardoor er weinig op kon groeien. Daarom werden er bomen geplant. Een grote variatie aan bomen, want men had geen idee welke bomen er groeien op zo’n ondergrond. Norbert zegt dat je op bepaalde stukken in het bos kunt zien waar de keileem zich bevindt. Daar zijn bijvoorbeeld de haagbeuken kleiner gebleven dan op andere plekken.
Het in 1927 opgezette waterbouwkundig laboratorium (ontstaan in verband met de aanleg van de sluizen in de Afsluitdijk) zocht na de oorlog meer ruimte. Er was veel behoefte aan een locatie voor grootschalige proefmodellen van waterwerken zoals havens en de nog te realiseren Deltawerken. Het oog viel op het Voorsterbos. Daar was ruimte, er was water in overvloed en het inmiddels behoorlijk gegroeide bos zorgde voor luwte. In 1954 opende het laboratorium deze nieuwe locatie. Directeur vanaf de oprichting was Ingenieur Theodoor Thijsse, zoon van de beroemde Jac. P. Thijsse, de oprichter van Natuurmonumenten.

33 modelplaatsen en 230 waterloopkundige onderzoekenwaterloopbos (8)

Men creëerde in het bos ruim dertig locaties (plekken) waar onderzoek werd gedaan. Op deze modellen bootste men de effecten van eb, vloed en de golfwerking na. Na het onderzoek bleven de modellen gewoon liggen. Er werd een volgende situatie boven op de gedeeltelijk afgebroken voorganger gebouwd. Op sommige plaatsen zijn wel zes lagen te vinden. Norbert noemt het begrip “palimpsest” en legt uit waarom dat woord hier van toepassing is (zie kaderstukje). De modellen werden met goedkope materialen door plaatselijke aannemers gebouwd. Dat gaf dus werkgelegenheid voor de streek. In de hoogtijdagen werkten er 300 mensen in en voor het laboratorium, vooral voor de aanleg van de modellen. Het was allemaal handwerk, zo vertelt Norbert enthousiast. De heren ingenieurs liepen in hun pofbroeken (zoals ik ergens op een foto zie) met een stopwatch in de hand rond. Hier werden nieuwe meetinstrumenten ontwikkeld en bedacht. Het was een bijzondere, innovatieve en creatieve werksituatie die enorm veel aanzien verwierf in binnen- en buitenland.waterloopbos (2)
In totaal zijn er ruim 230 onderzoeken verricht tot de sluiting in 1996. In Nederland waren er behalve de Deltawerken veel rivierverbredingen, de Rijn/IJsselsplitsing, vergroting van de zeehavens in IJmuiden en Scheveningen, de eerste Maasvlakte en vele andere opdrachten. In 1960 begonnen er ook opdrachten uit het buitenland te komen. Was Nederland in 1927 bij het ontstaan van het Waterloopkundig Laboratorium ver achter bij andere landen, in de jaren zestig tot op heden werden we koploper in de wereld. Toen Engeland een paar jaar geleden te kampen had met grote overstromingen werd Nederland geraadpleegd voor oplossingen; ”Bring in the Dutch”. In het Waterloopbos kun je de havens van Lagos, Bangkok en Istanbul vinden. Norbert vertelt over de president van Nigeria die informeerde waar zijn model van de haven in Lagos bleef. Hij dacht dat hij een modelletje thuisgestuurd kreeg. Hij werd vriendelijk uitgenodigd te komen kijken in de polder en dat deed hij ook daadwerkelijk. Er kwamen in de loop der jaren veel hooggeplaatste bezoekers naar dit paradepaardje van de Nederlandse techniek kijken. Het was en is nog steeds een unieke plek in de wereld, ook al heeft de natuur een groot deel van de modellen inmiddels overwoekerd. Vanaf eind jaren zestig namen computers steeds meer het berekenen van de effecten van golven en stromingen over. Hoewel er in de laatste jaren grote loodsen waren gebouwd om overdekt en dus nauwkeuriger te kunnen werken, bleek het werken met de computer zoveel sneller te zijn, dat werd besloten het laboratorium op deze plek te sluiten en het werk over te plaatsen naar Delft (in de nabijheid van de TU). Het Voorsterbos bleef achter, met een groot aantal loodsen en oude waterloopkundige modellen.

Bungalowpark of Rijksmonumentwaterloopbos (9)
Ondertussen werd het terrein gekocht door een projectontwikkelaar die er 1000 bungalows op wilde bouwen. Norbert vertelt dat met name de omwonenden dat niet accepteerden en te hoop liepen. Er werd een vereniging Behoud het Waterloopbos opgericht en na de nodige rechtszaken en protesten kreeg Natuurmonumenten de gelegenheid het terrein in 2002 te verwerven. Norbert: “Dat is Natuurmonumenten pur sang zoals het indertijd is opgericht toen Jac. P. Thijsse het Naardermeer redde van de ondergang. In het Waterloopbos komen vader en zoon Thijsse samen. Vader Jac. Thijsse met de natuur die er zo mooi is ontwikkeld en zoon Theodoor met de techniek die laagje voor laagje weer te voorschijn wordt gebracht”.
Met geld van de Postcodeloterij is het terrein tot 2005 jaar grondig opgeruimd. De bouwvallige, onveilige loodsen zijn gesloopt en met behulp van oud-medewerkers en ingenieurs zijn een aantal waterloopmodellen ontdaan van vegetatie. Sommige waren al veertig jaar niet gebruikt, er stonden complete bomen in. Inmiddels zijn 10 modellen opgeschoond, weer van water voorzien en er zijn informatiepanelen bij gezet. Andere modellen liggen als oude tempelruïnes overwoekerd in het dichte groen. De oude infrastructuur van paden is gehandhaafd en er zijn waar nodig houten loopvlonders gemaakt.

Het golvenpad en het havenpad
Het bos heeft zich in al die jaren prachtig kunnen ontwikkelen omdat er een spaarzaam bosbeheer is toegepast. Voor de modellen werd indertijd zand aangevoerd om situaties na te bootsen en dat heeft de diversiteit van flora en fauna beïnvloed. Er zijn veel bijzondere paddenstoelen, orchideeën, libellen, beekjuffers en vlinders te vinden. Ook vogels zijn er volop, zo hoor ik als we even later het bos inlopen. Appelvinken en vuurgoudhaantjes en de ijsvogel zijn er te vinden volgens mijn gids. We lopen een stuk van de 2,5 kilometer lange golvenroute. Er is ook een havenroute (3,5 km) en er zijn twee rolstoelroutes. Deze starten allemaal bij het bezoekerscentrum. Het eerste model waar we op stuiten is dat van de Maascentrale. Ik ben echt onder de indruk van de verstilde plek. Omkranst door lichtgroene prille beukenbladeren ligt daar een chaos van muurtjes, dammetjes, betonnen richels en ijzeren wielen. Geen idee wat ik zie, maar het is wel beeldschoon. Norbert legt me uit wat de bedoeling was van dit model en op het informatiepaneel wordt het nog eens uitgelegd. Er zijn oude zwart-witfoto’s op afgebeeld van mannen in die pofbroeken, met bungelende benen op zo’n richeltje. Als we verder lopen zie ik het model kusterosie Thyboron Denemarken en daarnaast de Willemstunnel in Rotterdam en de haven van Marsa-el-Bregha in Libië. Ongelooflijk hoe de hele wereld hier te vinden is. Op de achterzijde van de informatiepanelen zijn pagina’s uit de beroemde Jac. P. Thijsse albums afgebeeld; de havik, de beuk en de varen; vader en zoon op één paneel vereeuwigd in dit bijzondere bos.waterloopbos (3)
Overal die verstilling, oude bomen spiegelend in het water en roestige installaties waarvan de bedoeling zich slechts raad raden. Ergens meen ik een golfmachine te herkennen, bij de ingang van het terrein staat er namelijk een opgesteld. We lopen langs de haven van Bangkok in Thailand en midden in het bos heet een pad Maasweg. Norbert wijst op de stuwtjes aan de rand van de modellen, de zogenaamde Romijnstuw. Ontworpen door ingenieur Romijn voor gecontroleerde toevoer van water in rijstvelden in Nederlands-Indië; ook prima bruikbaar in het Voorsterbos.

Natuur van heden, techniek van verleden
Dat is de slogan waarmee het Waterloopbos zichzelf wat meer in de belangstelling wil zetten. Deze beide aspecten zijn ook in het bezoekerscentrum terug te vinden. Er draait een serie zwart-witfoto’s uit het laboratoriumverleden. Nederland is groot geworden door de waterbouwkunde en de modellen in het Voorsterbos vormen een prachtige staalkaart van het waterloopkundig onderzoek in Nederland na de oorlog. Het gebied is inmiddels klaar voor meer bezoekers, hoewel men ook met de 10.000 mensen die het afgelopen jaar het nieuwe bezoekerscentrum bezochten en de geschatte 100.000 bezoekers van het bos al best ingenomen is. Kinderen spelen op de speelweide bij het bezoekerscentrum. Een vrijwillige ingenieur heeft een waterspeelmodel ontworpen waar kinderen water in kunnen pompen en zo spelenderwijs ontdekken hoe stromen kunnen lopen of worden onderbroken. Dankzij een gulle gever kon dit worden gerealiseerd.
Norbert: “Willen we deze unieke plek bewaren, dan zullen we op tijd iets moeten doen aan het verder opknappen van de modellen. Het verval gaat snel verder. Het metselwerk is zwaar aangetast door vorstwerking en de betonnen vloeren vertonen scheuren en gaten waar complete bomen in groeien”. Natuurmonumenten heeft inmiddels met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een samenwerkingsovereenkomst getekend voor het Masterplan Waardevol Waterloopbos. Men wil samen met de gemeente Noordoostpolder, de provincie, het Waterschap Zuiderzeeland, omwonenden en ondernemers dit culturele monument herstellen en verder ontwikkelen. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat het de status van Rijksmonument geven. De definitieve aanwijzing wordt medio 2015 verwacht. Norbert: “we zien ons gebied als een ruwe diamant die we aan het slijpen zijn. Er komt steeds meer moois tevoorschijn. Met name die techniek onderscheidt dit gebied van alle andere natuurgebieden in Nederland en misschien wel in de hele wereld”.
Het beheerteam van Natuurmonumenten bestaat uit 9 vaste medewerkers, onder wie 1 boa, en 150 vrijwilligers. Samen met het Harderbos, de Vreugderijkerwaard, het Harderbroek en het Zwarte Meer beheren ze ca. 4500 ha. Er worden op dit moment 80 excursies per jaar georganiseerd onder leiding van oud-medewerkers van het Laboratorium en nog een hele serie excursies op aanvraag, vooral door technische bedrijven, gemeenten en andere overheden.
Op de kleurige flyer die al gedrukt is staat het mooi:waterloopbos (5)
“Ontdek Rijksmonument Waterloopbos. Hier komen de natuur van heden en de waterloopkundige geschiedenis wonderbaarlijk samen. Water verbindt deze elementen. Overal hoor je kabbelend water. Meer dan 30 proefmodellen liggen verscholen in het bos. Langzaam neemt de natuur ze over. De mix van cultureel erfgoed en natuur maken het Waterloopbos zo bijzonder dat het een Rijksmonument is”.

Ik kan het daar volmondig mee eens zijn, ik bleef fotograferen.
Het bezoekerscentrum is te vinden op Voorsterweg 36, 8316 PT Marknesse.
Meer informatie op de website: www.natuurmonumenten.nl/waterloopbos

Kaderstukje:

Palimpsest
Een palimpsest is een hergebruikt stuk perkament dat als handschrift dient. De antieke term voor een palimpsest is codex rescriptus. De bovenste laag van dit perkament (met de tekst erop) werd afgeschraapt zodat het perkament opnieuw beschreven kon worden. Dit werd gedaan omdat perkament kostbaar was en geen waarde meer werd gehecht aan de oorspronkelijke tekst.
Men zou denken dat door de palimpsesten veel oude geschriften verloren zijn gegaan, maar het tegendeel is eerder waar. Vaak bleef de oorspronkelijke tekst toch nog deels zichtbaar en onder ultraviolet-licht valt de onderliggende tekst vaak goed te ontcijferen. Het is aan de kostbaarheid van het perkament en aan de palimpsesten te danken dat veel oude geschriften bewaard gebleven zijn – was het perkament goedkoper geweest, dan zou men oude documenten eerder vernietigd hebben dan ze als palimpsest te gebruiken.

Kraanvogels, immigranten om zuinig op te zijn

Lees verder
Het is even zoeken, de oude Benderseweg 14 bestaat nog niet volgens mijn Tom Tom. In het Bezoekerscentrum van het Nationaal Park Dwingelderveld wijst een aardige vrijwilliger me de weg. Nr. 14 is vlakbij, het is het nieuwe onderkomen van de boswachters van Natuurmonumenten. Een oud arbeidershuisje is omgebouwd, (of bijna geheel opnieuw opgebouwd) tot een functioneel kantoor met flexplekken en de nieuwbouw die er aan vast gebouwd is oogt modern en functioneel. De mooie ruime vergaderkamer met fantastische grote ramen waardoor je honderden meters het veld inkijkt, is te huren voor vergaderingen. Ik zie twee reeën staan, die krijg je er zo bij cadeau.IMG_0303

Ronald en Ronald, Boswachters van het Dwingelderveld
Binnen ontmoet ik de twee Ronalds (of zeg je Ronalden), waarmee ik heb afgesproken. Ronald Vorenhout en Ronald Popken zijn beiden boswachter en in dienst van Natuurmonumenten Drenthe Zuid. De eerste 32 jaar en de andere 20 jaar. De andere Ronald is nog wel boa, maar hij besteedt slechts 2 dagen per week aan het daadwerkelijk handhaven in het gebied. De rest van zijn tijd werkt hij landelijk voor Natuur en Landschap en dan m.n. voor de afd. kwaliteitszorg. Alle uitgeschreven bonnen gaan door zijn handen en worden beoordeeld. Drie jaar geleden zijn ze hiermee begonnen nadat de politie met de controle was gestopt. ”We hebben sindsdien echt een professionaliseringsslag gemaakt”, aldus Ronald V. Hij onderstreept het belang van goed uitgeschreven bonnen i.v.m. het na- traject in de rechtbank. Ronald houdt zich ook bezig met belangenbehartiging van de boa’s en hij is betrokken bij klachtenprocedures en integriteitzaken.
Terug naar de reden van mijn komst. Aanleiding tot het gesprek is n.l. het succesvolle broeden van kraanvogels in het Dwingelderveld. Vanaf 2001 broedden ze al in het Fochtelooerveen. In 2005 werden ze voor het eerst ook in het Dwingelderveld waargenomen. In 2007 was er een 1ste broedgeval dat helaas mislukte. De jaren erna lieten ze zich niet zien, maar in 2011 werd er weer een broedpoging gedaan die helaas ook mislukte. Pas in 2012 was er een jong en in 2013 eveneens. Vorig jaar waren er zelfs 2 jongen, die ook uitvlogen. Dit korte overzicht geeft wel aan dat het nog een kwetsbare situatie is, kraanvogels zijn heel gevoelig voor verstoring, zo begrijp ik uit het gesprek.

Nat heidegebied
Het totale nationaal park in het zuidwesten van Drenthe beslaat 3500 ha., dus ga er maar aanstaan om in zo’n gebied goed te handhaven. Het beheer is in handen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Beide boswachters vertellen enthousiast over hun werkgebied. In 1991 is het Dwingelderveld Nationaal Park geworden omdat het het grootste aaneengesloten natte heidegebied (1500 ha.) van ons land heeft. Dit natte stuk bevindt zich in het hart, er zijn hier niet veel wegen en paden (met de onvermijdelijke bankjes), die onbevoegden uitnodigen het terrein in te gaan. Dit is dan ook een rustgebied dat in het broedseizoen van maart tot augustus helemaal wordt afgesloten. Dan stoppen ook alle activiteiten zoals broedvogeltellingen en het opnemen van peilbuizen. Ronald V.: “Als we weten waar de kraanvogels ongeveer zitten, wordt ook dat gebied afgesloten, maar zoals gezegd, dat is een niet eenvoudige handhavingstaak. Zeker sinds de bezuiniging van 10 jaar geleden, is het niet gemakkelijk de planning goed rond te krijgen”. De mannen zijn duidelijk blij met de hulp van een aantal vrijwillige boswachters; deze extra oren en ogen zijn hard nodig. Later zie ik dat voor deze groep in een bijgebouw een aparte ruimte is gecreëerd.
Op waarnemen.nl worden waarnemingen door vogelaars geplaatst. “Als er ergens een kraanvogel wordt gemeld zie je meteen activiteit van mensen die het veld in banjeren op zoek naar de waargenomen vogel. Dus zetten we de plek van de waarneming op de site op “vervagen” en houden die plek bovendien extra goed in de gaten” zegt Ronald P“. De andere Ronald vertelt over twee biologen die hij ergens betrapte waar duidelijk vermeld stond dat het rustgebied was. “die gaan zonder pardon op de bon, bioloog of niet, maar ze zouden toch beter moeten weten”.
Een kraanvogelpaar maakt een nest van plantmateriaal midden in een moeilijk bereikbaar moeras. Dat geeft al een natuurlijke bescherming, hoewel ze een vos de baas kunnen als ze op het nest zitten. Bovendien zijn het stiekemerds zegt Ronald P. Het is hem maar één keer gelukt een nest te vinden. Hij brengt veel (ook vrije), tijd door met het observeren van de kraanvogel. Hij is nogal eens in een boom te vinden vertelt zijn collega, een soort boomwachter dus. Mijn suggestie of ze niet een schaftkeet ergens neer kunnen zetten wordt stellig afgewezen. Dat vestigt alleen maar de aandacht op die plek.
De jongen zijn nestvlieders, dus die verlaten meteen na het uitkomen het nest. Ze zwemmen gewoon achter hun ouders aan want het nest ligt soms wel in een halve meter water. Eerst zijn het kleine stukjes, waarna ze ’s avonds en ‘s nachts terugkeren onder de warme vleugels van de ouders, maar naarmate ze groeien wordt de actieradius groter. Na 3 weken maken ze al hele tochten en na 12 weken vliegen ze. Dan zijn ze ook vaak buiten het Dwingelderveld te vinden op akkers en graslanden. Kraanvogeljongen blijven ca. 10 maanden met hun ouders optrekken. Daarna worden ze het territorium uitgejaagd. Ronald P. heeft afgelopen weekend (half febr.), geconstateerd dat de jongen van vorig jaar zijn verdwenen. Het is de vraag of die op korte termijn in het Dwingelderveld terugkeert, hoewel hier ruimte is voor zeker 3 paren. Hij heeft de oude vogels met hun jong eigenlijk de hele winter gezien. Alleen eind vorig jaar zijn ze even weggeweest. Met de kerstdagen waren ze terug in Drenthe. Wellicht zijn ze in een nog rustiger gebied geweest, b.v. in Duitsland om veilig te kunnen ruien. Helaas is dit onbekend. De kraanvogels worden niet geringd of gezenderd, dus het is nog veel giswerk. Ronald P. herkent “zijn” kraanvogels vooral aan hun kleur. De ene is lichter dan de andere.Diepholzermoor 30-11-09 EOS 5. 087_1

Goede contacten zijn belangrijk en ze onderhouden nog meer
Kraanvogels zijn geen zeldzame vogels in Europa. In het oosten en noorden komen ze veel voor. Eigenlijk zijn ze gewoon bezig aan een westwaartse migratie. Het probleem is dat ze zogenaamde robuuste gebieden nodig hebben en die hebben we hier weinig. Dan kan wel als je gebieden aan elkaar trekt en “zoneert”, dus minder paden en gelegenheden om te recreëren. Helaas strijdt dat weer met de eisen van de brandweer die het terrein bij een calamiteit in moet kunnen. We praten over het belang van een goed netwerk, goede contacten en overlegstructuren. Vooral ook het onderhouden van contacten is belangrijk en helaas nogal tijdrovend. Ronald P. vertelt als voorbeeld over de samenwerking met Defensie. Het Dwingelderveld ligt in een oefenzone voor laagvliegen van de Luchtmacht; dit ondanks de status van Natura 2000 gebied. Dat is natuurlijk rampzalig in het broedseizoen. Er zijn inmiddels goede afspraken gemaakt dat hier van 1 maart tot 1 augustus niet gevlogen wordt. Helaas geldt dit nog niet voor de burgerluchtvaart. Die kleine sportvliegtuigen en tegenwoordig ook de luchtballonen, drones en modelvliegtuigjes zijn nog een doorn in het oog van de boswachters, om van crossmotoren, quadrijders maar niet te spreken. Het is niet eenvoudig met al die verschillende belangen rekening te houden. Natuurmonumenten wil natuurlijk ook zijn leden gewoon de gelegenheid geven de terreinen te bezoeken.
We sluiten het gesprek af met een kleine poseersessie. Ik probeer ook de fraaie vergaderruimte met de hippe plastic stoeltjes in beeld te brengen. Wie weet komt iemand op het idee er een vergadering te plannen.
Als we afscheid nemen vraag ik waar ik de meeste kans maak de kraanvogels te zien. Er komt een vaag antwoord. Ik begrijp het, zelfs de redactie van Dier en Milieu mag het niet weten. Half april hebben ze jongen tenminste daar gaan we van uit zegt Ronald P. hoopvol. Ik besluit tegen die tijd nog eens een tochtje te plannen richting Dwingelderveld. Het is een schitterend gebied en je kunt er dus zomaar een kraanvogel tegen komen.

Een natte as en een busbaan in het Kuinderbos

Lees verder
Acht jaar geleden ontdekten vier agrariërs tijdens de koffie dat ze allemaal eigenlijk iets anders met hun bedrijf wilden. De een wilde stoppen omdat er geen opvolger was, een ander wilde stoppen en een recreatiepark beginnen, een ander wilde een manege van zijn bedrijf maken en de vierde had slechte grond en wilde graag betere. Ze besloten met dit gegeven met Staatsbosbeheer (SBB) te gaan praten en dat bleek een geweldige zet.

Staatsbosbeheer zag zich n.l. door de overheid voor de taak gesteld nieuwe en bijzondere natuur te realiseren waardoor de biodiversiteit van het gebied zou toenemen. De 80 ha. landbouwgrond van bovengenoemde agrariërs maakte dat plan opeens realiseerbaar. Ze kochten de gronden aan en daarmee startte een grote operatie die nu, acht jaar later min of meer is afgerond.

Op een mooie vrijdagmorgen rijden we (redactieleden Koos Kasemir en Wil Kroon), naar het kantoor van Staatsbosbeheer in Kuinre. We hebben een afspraak met Harco Bergman, al bijna 30 jaar werkzaam voor SBB Regio Oost in dit gebied; de laatste jaren is hij beheerder. Harco had ons gebeld dat het tijd werd weer eens te komen kijken, want er was veel gebeurd in het Kuinderbos, een terrein aan de noordkant van de Noordoostpolder. Als we voorzien zijn van koffie brandt Harco los. Hij vertelt over bovengenoemde agrariërs en dat er opeens dus een win-win-win situatie ontstond. Er werden door het beheer team Kuinderbos plannen ontwikkeld, vergunningen en bestemmingsplan-wijzigingen aangevraagd en natuurlijk werd ook de financiering geregeld. Harco heeft nog als extra taak de voorlichting voor zijn rekening genomen.

De focus lag en ligt nog steeds op het ontwikkelen van nieuwe natuur. Het plan was een natte as te realiseren en de al bestaande Kuinderplas en het Schoterveld, een lager gelegen meertje, met elkaar te verbinden door het graven van een beek en het aanleggen van vennetjes. Er moest een diervriendelijke vegetatie ontstaan en daarvoor werden o.a stukken heide teruggebracht.
Er zijn inmiddels 18 nieuwe vennetjes gegraven om de bestaande waterlopen en beken goed te benutten. Dit is door de Provincie gefinancierd. Vroeger heette dit gebied het “Woud van ongenade” en het bestond vooral uit oud veengebied (door de inpoldering ooit drooggevallen), waar van oudsher veel libellen voor kwamen. Het Kuiderbos is een van de drie Libellereservaten van Nederland met meer dan 40 soorten. Daar zijn inmiddels bijzondere soorten bijgekomen. O.a. de Weide beekjuffer en een Libelle die alleen in de Brabantse Kempen voorkomt, de Kempense heidelibelle, evenals de grote weerschijnvlinder. Vanaf het begin is de Vlinderstichting dan ook bij de plannen betrokken. Daarnaast werd samenwerking gezocht met andere organisaties zoals Rijkswaterstaat, het Waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland. De uitdaging was om het voor alle partijen interessant te maken.
Het Waterschap wilde b.v. graag een betere watertoevoer en afwatering in het gebied. SBB wilde graag een ander, minder intensief beheer van de oeverranden. Dus kreeg het Waterschap zijn bredere sloten en zorgt SBB sindsdien voor het maaien en beheren van de oevers en dat is beslist vlinder- en libellevriendelijk. Er wordt een zogenaamd mozaïek- maaibeheer toegepast, d.w.z. 250 m maaien, en dan 250 m laten staan, enz. Een paar weken later doe je de overgebleven blokken. In de tussentijd kunnen b.v. libellelarven zich ontwikkelen. Het Waterschap zorgt wel voor het schoonhouden van de sloten, maar ook daarover is goede afstemming en overleg.

Ons gesprek wordt regelmatig onderbroken door binnenkomst van een stagiaire. In het appartement boven zijn kantoor is ruimte voor vijf personen. Meestal verblijven er 3e en 4e jaars van de Helicon Bosbouwopleidingen in Velp/Apeldoorn of van de Visserijschool en van de Eco wildlife-opleiding. Harco is een enthousiast stagebegeleider: “ze hebben leuke ideeën en verzetten veel werk”.
We besluiten dat we nu wel eens wat willen zien, dus stappen we in de SBB-auto en rijden het terrein in. We zien de vennetjes die er uit zien alsof ze er altijd al geweest zijn. Het is verbazingwekkend hoe snel de natuur zich hersteld. We zien een paar dodaars duiken en verderop is volop veenpluis en zonnedauw te zien. Harco vertelt dat de Military Boekelo een nieuwe locatie wilde toevoegen aan de al bestaande. Ze zochten een gearceerd terrein met waterpartijen iets bredere bospaden en de mogelijkheid voor publiek om een en ander te kunnen zien. Dat paste prima in de plannen van het Kuinderbos en het was bovendien heel gunstig voor de financiering. Men moest wel goed rekening houden met de archeologische elementen in het gebied, zoals oude grafheuvels. Die zijn probleemloos geïntegreerd bij de planontwikkeling.

Als we over een bospad voor ATB-fietsen en ruiters rijden horen we hoe deze twee zo verschillende groepen recreanten, die het elders nogal eens met elkaar aan de stok hebben, het hier samen rooien. De ruiters wilden uitbreiding van bestaande paden, de ATB-ers wilden eigen paden. Harco heeft ze op een kaart aan laten geven wat ze zich hier bij voorstelden. Het bleek dat ze ongeveer gelijke wensen hadden en dus kregen ze een groot padennetwerk, maar dan wel samen te gebruiken. Harco zegt: “we proberen er altijd uit te komen en iedereen te geven wat hij wil, maar soms is dat anders dan men in eerste instantie verwacht. Nu gebruiken ze al acht jaar probleemloos dezelfde paden en is iedereen tevreden”.
We rijde langs de Schanskreek, een oude zeestroomgeul uit de Zuiderzeetijd die opnieuw is uitgegraven. Er is een prachtige meanderende kreek ontstaan. Het uitgegraven zand bracht reliëf in het gebied (goed voor de Military), waarop heidestrooisel is uitgestrooid. In het gebied grazen schapen en koeien met elk een eigen graasgedrag. Dat zorgt voor een gevarieerde vegetatie.

De beek die beide plassen met elkaar verbindt is vooral gefinancierd met het zogenaamde woudzand. Er is door de aannemer ook een goede infrastructuur, compleet met faunapassages en een observatie hut gemaakt. Er wordt elke 14 dagen gemonitord welke vogels er voorkomen. O.a. de sprinkhaanrietzanger en de roodborsttapuit broedden er al. Als we even uitstappen krijgen we de laatstgenoemde vogel moeiteloos in de kijker; we zijn duidelijk in zijn territorium. Elders horen we de eerste nachtegaal zingen.
Terwijl we verder rijden vertelt Harco over het groene ondernemerschap. De uitdaging is er geen pretpark van te maken, maar wel te zorgen dat je jezelf als organisatie kunt bedruipen. De Military is oké zolang de natuurontwikkeling en het archeologische erfgoed op de eerste plaats komen. Uit het gebied wordt woudzand afgevoerd. De opbrengst daarvan maakt mogelijk dat de infrastructuur en andere voorzieningen kunnen worden uitgevoerd. Een ander voorbeeld is de winning van houtchips. Dat brengt voldoende geld op om het bosonderhoud elders mogelijk te maken.

We komen bij het onlangs uitgegraven laatste grote ven. Het ligt er nog wat kaal bij, maar een paartje bergeenden heeft toch al een duiker als nestplek gekozen. De oevers zijn bezaaid met jonge esjes. Vorig jaar was een zogenaamd “mastjaar”, d.w.z. dat er een grote hoeveelheid zaden zijn verspreid. Harco denkt dat de schapen er een paar dagen in moeten. Dan zijn ze die zaailingen in een keer kwijt en dat scheelt heel wat schoffelen zegt hij lachend. Aan een kant van het ven is een verhoging gemaakt met lange hellingen. Het blijkt een zogenaamde busbaan te zijn voor touringcars die hier met meestal oudere passagiers moeiteloos van de natuur kunnen genieten. Via een paar brede paden kunnen ze tot dicht bij het ven komen. Die brede paden waren er al om het hout uit het bos te halen voor de chipsverwerking en de open haardhoutverkoop.

In 2007 werd het Kuinderbos getroffen door een grote storm. 100 ha. Sparrenbos ging verloren, dat is 20.000 kub hout. ”Het leek alsof een reus met Mikado had gespeeld”, zegt Harco, “maar uiteindelijk was het een zegen voor het bos. We hebben het 5 jaar laten liggen en zijn nu begonnen elk jaar 3 ha. te herbebossen. Er ontstaat nu een mooi gevarieerd struweel met een gezonde leeftijdsopbouw en een grote biodiversiteit, ideaal voor vogels en zoogdieren”.
Het gebied stond en staat bekend om de grote hoeveelheid ringslangen. Helaas worden er nog veel doodgereden. Om te voorkomen dat de otters eenzelfde lot ondergaan op de A6, heeft Rijkswaterstaat rasters en faunatunnels aangelegd. Uiteraard worden deze ook door andere passanten gebruikt. We concluderen dat de kracht van het beheer team vooral is dat ze een goede lange termijn visie hebben waarbij het belang van de natuur voorop is blijven staan. Maar sterk is ook dat men de belangen van veel verschillende partijen goed heeft kunnen verbinden en last but nog least hebben ze bewezen dat ze het hoofd boven water kunnen houden, ook al gaat het om het realiseren van een natte as. Men heeft de mogelijkheden gegrepen die zich voordoen en hoewel Harco nadrukkelijk zegt dat het team als geheel verantwoordelijk is, denken we dat hij er een groot aandeel in heeft gehad. O ja, de vier boeren zijn heel tevreden. De een geniet van zijn welverdiende rust, de ander heeft zijn manege en maakt goed gebruik van het uitgebreide ruiterpadennetwerk, het recreatiepark is er gekomen en de vierde boer is heel tevreden met zijn nieuwe stuk landbouwgrond.

Als we terug zijn in het kantoor van SBB rinkelt de telefoon. Het tv-programma “Hart van Nederland” aan de lijn. Ze hebben gehoord dat een pimpelmeesje een nestkastje in het SBB-winkeltje heeft gekraakt. Ze willen graag komen filmen. Harco zegt dat het goed is en dat ze dan meteen de koolmees in de afvalemmer iets verderop kunnen zien. Daar staat inmiddels een andere afvalemmer naast met het vriendelijk verzoek de koolmeesemmer even niet te gebruiken. Het zijn creatieve vogels daar in de polder.

Vogels ringen, daar moet je heel wat vlieguren voor hebben

Lees hier het artikel

Landgoed Lankheet, beleefbaar historisch landschap

Lees hier het artikel